ecbo - expertisecentrum beroepsonderwijs

EXAMINEREN IN HET MBO

EXAMINEREN IN HET MBO

Klaar voor de start (in het beroep)

Auteurs
Paula Willemse, IVA Onderwijs & Nelleke Lafeber, MBO Raad

Update juni 2019: Esther Woertman & José Dams, CINOP

november 2014

De vlag uit, de schooltas bungelend in top – examen gehaald, de vakantie kan beginnen. Maar wat zegt zo’n examen nu precies? Een beoordeling is het, maar wel een bijzondere. Aan welke eisen moet zo’n beoordeling voldoen in het mbo? En: wie ‘examineert’ de examinatoren? Een overzicht van feiten, regels en procedures.   
 
Examineren is beoordelen. Maar niet elke beoordeling is een examen. Om gelijk maar een chique term te gebruiken: bij examineren gaat het om kwalificerende vormen van beoordelen. Dat wil zeggen, in het mbo: beoordelen of een onderwijsdeelnemer voldoet aan de kwalificatie-eisen en dus initieel beroepsbekwaam is, competent om als beginnend beroepsbeoefenaar de arbeidsmarkt te kunnen betreden.

Voor het middelbaar beroepsonderwijs geldt een drievoudige kwalificatie. Dat betekent dat een deelnemer moet voldoen aan eisen voor het beroep, eisen voor deelname aan de maatschappij en eisen voor doorstroom. De beroepseisen zijn per branche door het bedrijfsleven, sociale partners en onderwijs gezamenlijk vastgelegd in het kwalificatiedossier. Ook de wettelijke beroepsvereisten en de generieke kwalificatievereisten, zoals voor taal en rekenen, zijn daarin te vinden.  


Kwalificatiedossiers 

Vanaf 1 augustus 2016 gelden er nieuwe kwalificatiedossiers en keuzedelen. Met de nieuwe kwalificatiestructuur hoopt de minister het mbo innovatiever, uitdagender en herkenbaarder te maken voor studenten, ouders en (regionaal) bedrijfsleven (TK, 2014a). Het aantal kwalificatiedossiers is teruggebracht, kennis en vaardigheden zijn herkenbaar en duidelijk beschreven en de dossiers zijn transparanter en eenvoudiger. Ieder kwalificatiedossier kent een opbouw met daarin twee delen: een basisdeel en een profieldeel. Het basisdeel beschrijft de informatie voor een aantal verwante beroepen, waarbij de specialisaties per beroep in het profieldeel zijn uitgewerkt. Daarnaast volgt iedere student een aantal keuzedelen. Hiermee kan de student zijn vakmanschap verdiepen of verbreden (SBB, 2017). 

Klik hier voor alle goedgekeurde kwalificaties in het mbo.  


Procesarchitectuur examinering

Instellingen hebben een zekere vrijheid bij het examineren. Maar hoe ze het organiseren moet wel zijn vastgelegd. De Procesarchitectuur Examinering (PE) kan hierbij helpen. Dit is een schematische weergave van het gehele examenproces in het mbo (zie figuur 1). Hierin worden alle stappen beschreven om te komen tot goede examinering: hoe kan een examenplan worden opgesteld, welke afwegingen worden gemaakt bij de keuze voor inkoop of constructie van examens en wat er komt kijken bij de borging van examenkwaliteit. De PE bestaat uit zes procesgebieden met voor ieder procesgebied onderliggende processtappen. De gekleurde procesgebieden zijn gekoppeld aan de PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act.). 
 
Klik hier voor meer informatie over de procesarchitectuur examinering

Examenstandaarden 

Bij het vierjaarlijks onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs onderzoekt de inspectie de kwaliteit van de examinering en diplomering (en de borging ervan) aan de hand van drie standaarden, die zijn opgenomen in het Onderzoekskader 2017. Het gaat om:  
  • Examenstandaard 1: Kwaliteitsborging examinering en diplomering. De examencommissie borgt deugdelijke examinering en diplomering.
  • Examenstandaard 2: Exameninstrumentarium. Het exameninstrumentarium sluit aan op de uitstroomeisen en voldoet aan de toetstechnische eisen.
  • Examenstandaard 3: Afname en beoordeling. De inrichting en uitvoering van het examenproces van afname en beoordeling is deugdelijk.

De kern van deze standaarden zal niet snel veranderen, maar de accenten die de inspectie in het toezichtkader legt, kunnen wel verschillen in de loop der jaren. Bijvoorbeeld gericht op de betrokkenheid van de beroepspraktijk of de rol van de examencommissie binnen een opleiding. Daarnaast voert de inspectie zowel binnen als buiten het vierjaarlijks onderzoek themaonderzoeken uit. Voor het actuele toezichtkader, mogelijke thema’s en de daaraan verbonden eisen met betrekking tot examineren, is de website van de Onderwijsinspectie te raadplegen.
 

1. Kwaliteitsborging examinering en diplomering 

De waarde van mbo-diploma’s is voor studenten, werkgevers en de maatschappij van groot belang. Het is daarom goed om als mbo-opleiding de kwaliteit van examinering en diplomering te monitoren en te borgen. Voor een goede borging van de kwaliteit is het belangrijk om de gehele PDCA-cyclus te doorlopen. Zo wordt er niet alleen naar de fase van het uitvoeren van de examens gekeken (de do-fase), maar begint het proces bij een goede planning (de plan-fase) en zijn evaluatie (check-fase) en bijstelling (act) na afloop net zo relevant. Bij de kwaliteitsborging speelt de examencommissie een essentiële rol.  
 
De examencommissie
Naast dat de examencommissie verantwoordelijk is voor borging van de kwaliteit van de examinering en diplomering, verleent zij onder andere ook vrijstellingen en geeft ze diploma’s en instellingsverklaringen af.
De inspectie constateerde dat bij veel opleidingen de examencommissie niet goed functioneerde, mede doordat de bevoegdheden niet duidelijk zijn belegd (TK, 2014b). Vandaar dat vanaf 1 augustus 2017 een nieuwe wetgeving voor examencommissies van kracht is (WEB artikel 7.4.5). Deze wetswijziging maakt taken en bevoegdheden van de examencommissie duidelijk. Daarnaast zijn nadere eisen gesteld aan de samenstelling van de examencommissie. Zo geldt de wettelijke eis dat minstens één extern lid, één lid namens de beroepspraktijk en één mbo-docent zitting nemen in de examencommissie. Managers mogen lid worden van de examencommissie. Voorwaarde is wel dat scholen daarbij regels vaststellen ter voorkoming van belangenverstrengeling. Leden van het college van bestuur mogen geen lid worden van de examencommissie.
Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor de instelling, benoeming en samenstelling van een examencommissie. Daarom zijn in de wetswijziging ook voorschriften opgenomen die gericht zijn op de taken van dit bevoegd gezag. 
Om een examencommissie goed te laten functioneren, is het belangrijk dat alle commissieleden goed op de hoogte zijn van hun taken als commissie en hoe die zich bijvoorbeeld verhouden tot de verantwoordelijkheid van het management en de opleidingsteams (Bontius & Dams, 2011; Vink & Willemse, 2015). Ook moeten er concrete afspraken worden gemaakt over de verdeling en de planning van de taken, zodat elk lid zich verantwoordelijk voelt en op zijn taken kan worden aangesproken. Instrumenten zoals een handboek examinering, een jaarplanning en een evaluatieplan kunnen hierbij helpend zijn. Bovendien is het van belang om kritisch naar de aanwezige competenties van de commissieleden te kijken en na te gaan hoe kennis en vaardigheden versterkt zouden kunnen worden om zo de examencommissie optimaal te laten functioneren.
 
Andere actoren 
Binnen een team zijn naast lid zijn van een examencommissie ook andere actoren betrokken bij examinering. Zo zijn er examenconstructeurs, vaststellers, resultaatverantwoordelijken rond examinering en beoordelaars. De betrokkenen dienen deskundig te zijn: ze zijn bekend met de instrumenten en documenten die voor hen van belang zijn. Bijvoorbeeld: het Handboek Examinering en de OER (Onderwijs- en examenreglement).


2. Validering exameninstrumentarium 

Bij de validering van het exameninstrumentarium zijn de kwaliteitscriteria gericht op aspecten als complexiteit, dekkingsgraad, relevantie, actualiteit, variatie, betrokkenheid werkveld en op de relatie met het kwalificatiedossier; de uitwerking van de kerntaak of werkproces(sen) in beoordelingscriteria. Om aan deze kwaliteitscriteria te voldoen, zijn onderwijsinstellingen naar aanleiding van een maatregel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verplicht te kiezen uit de volgende drie routes naar een valide exameninstrument: 
  • Gebruikmaken van examenproducten die bij gecertificeerde examenleveranciers zijn ingekocht. Vanaf 1 augustus 2018 zijn de examenleveranciers gecertificeerd. Deze examenleveranciers bieden examenproducten aan voor nagenoeg alle beroepsopleidingen in het mbo.
  • Examenproduct zelf (individueel of gezamenlijk) ontwikkelen binnen de collectieve afspraken.
  • Examenproduct extern laten valideren. 
Veel onderwijsinstellingen kiezen ervoor om hun examenproducten grotendeels in te kopen bij examenleveranciers. Meer informatie hierover is te vinden in het advies Drie routes naar een valide examenproduct (Regisseur Herziening Kwalificatiestructuur, 2016) en op https://stichtingvalideringexamensmbo.nl/over-de-norm/.
 

3. Afname en beoordeling 

Voldoet een deelnemer aan de kwalificatie-eisen? Daar geeft een mbo-examen uitsluitsel over. Het gaat om een examen op eindniveau. Dit vindt doorgaans aan het einde van de opleiding plaats, maar kan ook aan het begin van een opleiding worden beoordeeld, bijvoorbeeld om te bepalen of een deelnemer recht heeft op vrijstellingen. Of wellicht op een diploma zonder meer, op basis van erkenning van eerder verworven competenties (EVC). 
In het geval van praktijkexamens of proeven van bekwaamheid in de beroepscontext wordt samen met de student en de BPV-begeleider gekeken naar een moment waarop de gevraagde examensituatie voldoende aanwezig is en de beoordelaar van de beroepspraktijkvorming beschikbaar is.
De inspectie onderzoekt de examenprocessen rond afname, beoordeling en diplomering en gebruikt hiervoor kwaliteitscriteria die de instelling zelf heeft geformuleerd. Ze bekijkt welke eisen de instelling stelt aan de deskundigheid van assessoren die studenten tijdens de afname van examens beoordelen en hoe de instelling er zorg voor draagt dat de examencondities gegarandeerd zijn.
 

Beroepspraktijk & examinering 

Een mbo-diploma moet goede kansen bieden op de arbeidsmarkt of op een vervolgopleiding. Er moet vertrouwen zijn in de waarde van het diploma. En dat kan alleen wanneer er vertrouwen is in de kwaliteit van de examinering. Vertrouwen van het werkveld, met name. Daarom is in de WEB (art. 7.2.8 ) opgenomen dat de instelling verplicht is het bedrijfsleven te betrekken bij de beoordeling van de student. Instellingen kunnen zelf bepalen hoe zij het bedrijfsleven verder betrekken: door hen als beoordelaar in te zetten bij praktijkexamens of door examens af te nemen binnen de beroepscontext. Het onderwijsteam van een instelling is verantwoordelijk voor de deskundigheid van de beoordelaars uit de praktijk. 
Het moge duidelijk zijn dat er, voordat de vlag uitgaat en de schooltas bungelt in de top, veel komt kijken bij het opzetten en uitvoeren van een deugdelijke examinering in het mbo.

Enkele deskundigen:


José Dams, manager advies CINOP 
Paula Willemse, adviseur/onderzoeker IVA Onderwijs 
 

Bronnen:




Relevante websites:

REAGEREN

E-mailadres:
Plaats hier uw reactie:

REACTIES

Door:   nakk@talnet.nl  |  21-11-2014

Goed kort en bondig stuk.
De zin ‘Het beroepenveld is betrokken bij de examinering en beoordeelt de afname en beoordeling als realistisch’. Vraagt nog wel de nodige inspanningen van beide zijde. Ben benieuwd of dat ook gaat lukken?

Succes.

K. Nak

Door:   c.vanerp@helicon.nl  |  20-11-2014

........ op de hoogte blijft van de kwaliteit van het exameninstrumentarium, de afname, de beoordeling, de besluitvorming betreffende de diplomering en van de deskundigheid van bij de examinering betrokken personen.
De laatste groep zijn de assessoren/examinatoren. Er wordt nauwelijks iets gedaan aan externe legitimering van de kwaliteit van de functionarissen. Intern keuren slager het eigen vlees en wordt er wat gerommeld. Voor best practice: www.assessorentraining.nl

Groeten:
C. van Erp
Helicon Opleidingen
Helmond
Zoeken
Geef uw mening over de Canon

ALLE ARTIKELEN